Daily walk – Van Siernetel tot Polkadot

Siernetel

Aan de ingang van het park groeien er rondom een monument meestal truttige bloemetjes, maar op dit moment sieren grote bossen rode netels het ronde perk en ze fleuren je al van grote afstand op tegemoet.

Groeiende hobby

Goede actie van de gemeente, al ben ik benieuwd wat er in het najaar voor in de plaats komt, want de siernetel schijnt niet winterhard te zijn.
Hij kan ook als kamerplant en het feit dat ik überhaupt de soort meteen wist te benoemen, is te danken aan een niet helemaal nieuwe, maar wel ook snel groeiende interesse.

Vrolijke Polkadot

Niet dat ik de siernetel in mijn bescheiden groene collectie heb, maar hij staat op mijn plantenlijstje. Eerst maar eens zorgen voor het leuks dat ik nu heb staan: wat een dankbaar, rustgevend en positief stemmend werkje. Daar zouden ze aan de troostrijke en opbeurende kant van de gezondheidszorg misschien eens iets mee moeten doen.
Allemaal aan de Polkadot-begonia’s!

Mijn eigen verfrommelde stekje kan trouwens ook nog wel wat liefdevolle woordjes gebruiken. Maar halleluja, daar zit ineens wel een bloemknop!

Polkadot-begonia

(Wordt vervolgd)

Link

Daily walk – Het regenboogpad

Regenboogpad

Ik noemde het vorige week geopende regenboogpad in het park al even. Hier is het. Tada!

Bewustwording en acceptatie

De vrolijke kleuren zijn aangebracht om gesprekken op gang te brengen en bewustwording en acceptatie te bevorderen. Van wat en wie? Bewustwording van het feit dat we allemaal gelijk zijn en dat iedereen er mag zijn, niet alleen op dat dertien meter lange pad. Acceptatie van onder andere hetero’s, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders. Zij hebben geen ziekte en behoeven geen genezing. Dat brengt me wel tot een andere groep die met de nek wordt aangekeken.

Een extra veeg baan

Omdat ik een ontploft topic op Twitter volg, stel ik voor dat we nogmaals de verfkwast ter hand nemen en er ook een dikverdiende (loon)strook voor de arbeidsbeperkte medemens zoals de werkende Wajongers aan toevoegen. Ook zij zijn gelijkwaardig aan de geluksvogels die gezond zijn, maar ervaren dat niet zo en voelen zich in de kou gezet.

Welke kleur, jongens (en meisjes)? Ja, die van de VVD valt af.

Links

Zoekplaatje

Zoekplaatje

Eigenlijk is de bovenste foto een zoekplaatje. Er staat iets op wat er ‘niet thuishoort’, al voelt het zich er thuis. We zien het steeds vaker. Soms is het alleen, af en toe met twee en een enkele keer met drie tegelijk.

Dichterbij

Jammer dat mijn telefoon geen optische zoom heeft. Ik durfde wel dichterbij, maar jaagde het daarmee weg. Raar maar waar, het was banger dan ik en dat mag een wonder heten.

Een uitsnede dan maar. Linksonder zit het hij.

Zoekplaatje deel 2

Lijkt ie klein, de rat? Dan ligt dat wederom aan mijn camera. Hij was zeker zo groot als mijn schoen. Goed, dat is maar een maatje 36 en de voet ernaast zetten om secuur te meten is er niet van gekomen, maar het zou ook best een maat 40 kunnen zijn.
En ’s nachts in mijn droom nog groter.

Pluimstaartje

De rattenstaart lag verborgen in het struikgewas en heel eerlijk gezegd vond ik z’n koppie best lief. Dat bevestigt het vermoeden dat mijn toch vrij ernstige fobie voor muizen en ratten zich, behalve in de snelle bewegingen, vooral in die vieze, gluiperige staart concentreert.

Het zou schelen als muizen een pluimstaartje hadden en zouden hupsen als een vogeltje. En als ratten terug het water inspringen als een kikker. En liefst in dat water blijven en niet steeds sneaky met de familie de richting van het wandelpad op sluipen.

Het zou schelen als mijn dromen verstoken zouden blijven van knaagdieren. En ik overdag niet al nieuwsgierig ben naar hoeveel we er vanavond weer tegelijk zullen zien.

Melding

@Breda, lezen jullie mee? Mijn foto op Twitter laatst, van die gedumpte wasmachine in de singel? Dat apparaat hebben jullie er vervolgens netjes uitgevist, evenals een stoel. Doen jullie ook iets aan ratten? Als wij er al drie tegelijk zien, zijn het er vast een heleboel.

Link

Meneer Meneer

Straattekening

(Dit is een vervolg op het blog: Terug in de tijd (deel 3))

Dakloos

We kennen hem nu bijna dertien jaar, de dakloze man met de vlotte babbel, charme ondanks alles, maar ook een andere kant. We weten zijn voornaam, maar noemen hem nog steeds Meneer Meneer, omdat hij in de begintijd telkens met grote passen op Erik kwam afgelopen, Meneer, Meneer zeggend, met vragende handpalm naar boven gericht.

EuroZentjess

Sinds die tijd maken we af en toe een praatje, informeert hij naar Erik’s gezondheid, geven we een enkele keer een kleinigheid of krijgt hij van Erik een sigaret. Soms zien we hem maanden niet, dan ineens loopt hij weer gejaagd rond of rijdt hij op telkens weer een andere fiets. Elke dag is het verhaal hetzelfde, hij heeft nog een paar eurocentjes nodig voor de nachtopvang (c.q. drugs, drank of gokautomaat) en als iemand bereid is te geven, dan groeien de benodigde EuroZentjess ter plekke naar één euro zeventig of twee euro dertig, door Meneer Meneer zorgvuldig in verkleinwoordjes uitgesproken.

Vaak weet hij dat hij niks krijgt: ‘Ja, ik weet het, we slaan een keertje over, maar hoe gaat het met u?’, of vertelt hij dat hij blij is omdat er goede opvang is geregeld, waar we later nooit meer iets over horen. ‘Vandaag is een goede dag. Ik heb alleen nog twintig eurozentjess nodig.’

Tandenloos en mager

Jarenlang zag hij er redelijk verzorgd uit met een stralend gebit, maar nu is hij tandenloos en wordt hij zo mager dat zijn broek door een elastiek omhoog gehouden moet worden.
Hij geeft nooit een hand, maar een zachtaardige boks met zijn vuist of elleboog. En tijdens zo’n moment schrikken we de laatste tijd van de lege blik in zijn ogen. Maar toch is het niet Meneer Meneer waar we ons zorgen om maken. Het is wat het is en hij heeft zijn babbel mee. Hij staat zijn mannetje en komt voor zichzelf op.

Emoji Me

De man met de deken

Behalve Meneer Meneer lopen er nog andere dakloze mannen in de omgeving rond, de meeste kennen we van gezicht. Maar er is een nieuwe, waar ook wij, net als anderen, in eerste instantie met een boog omheen liepen. De aanblik is echter zo triest, dat het ons niet meer lukt om weg te kijken. Een broodje geven en onszelf de vraag stellen of we daarmee iets in stand houden, is niet meer toereikend. We willen echt niet arrogant zijn. Of naïef.

Maar we kunnen er onze ogen niet voor sluiten en moeten iets doen. De grote vraag is alleen wàt. Rondbellen misschien.

(Wordt vervolgd)

Link