Terug in de tijd (deel 4)

Deze week nemen we afscheid van een buur(t)man. Pas geleden deden we dat ook van een buur(t)vrouw, 52 werd ze maar. Beiden hoorden bij onze wijk en het voelt vreemd dat we hen er niet meer zullen zien.

Ik herinner me dat ik ooit iets over de vrouw heb geschreven en hoewel ze geen gemakkelijk leven heeft gehad en het beschrevene kenmerkend voor haar was, had ze natuurlijk ook een andere kant. Desalniettemin:

19 April 2006 – De sombere vrouw


Portret1

Ik zie haar regelmatig, de sombere vrouw. Ze is nog jong, in elk geval jonger dan ik, al zegt dat ook niet alles meer. Haar hoofd is meestal gebogen, staat nooit fier rechtop. Ze heeft het zwaar, telkens als ik haar tegenkom.

En heeft ze het niet zwaar, dan is ze wel boos. Het weer zit niet mee, de postbode is te laat, haar man is vervelend of haar kind zwerft op straat. Haar longen zijn niet goed en haar hart staat op het punt van begeven. Haar enkels houden vocht vast en haar nagels breken zo af.

De zon schijnt nu, maar straks is er weer regen. Het is koud en haar oude stiefvader ligt op sterven. Maar de man knapt wonder boven wonder op en nu heeft ze het nog zwaarder, want wie rekende daar nog op?

‘Goedemorgen, Wanda!’ glimlach ik haar zo mogelijk nog breder toe vandaag. Ze antwoordt zacht mompelend en haar schouders hangen naar beneden.
‘Eindelijk een lekker zonnetje, hè?’ gooi ik er bovenop omdat ik het niet kan laten.
‘Ja, maar dat duurt hier nooit lang,’ zegt ze terwijl ze misprijzend naar de kleine wolkjes tuurt.
‘Dan genieten we er nu maar even extra van,’ roep ik achterom. Volgende keer krijgt ze weer een meelevend knikje en een luisterend oor. Maar vandaag even niet. Vandaag wandel ik door.


Rust in vrede, W.
(Naam aangepast)

Eindelijk serieus genomen

Emoji Me

“Bent u verder gezond?” vraagt de arts in opleiding terwijl hij naar het computerscherm blijft kijken. “Nou, eh…,” aarzel ik. “Ik heb ME.” Dat levert in ieder geval oogcontact op, evenals een vragende blik.
“Het wordt ook wel het chronisch vermoeidheidssyndroom genoemd,” vervolg ik terwijl ik me inhoud om daar geen uitgebreid en opstandig verhaal aan toe te voegen. Ik ben inmiddels oud en wijs genoeg om belegen emoties buiten het gevoelige en onbegrepen onderwerp te houden.

“G e z o n d,” articuleert de arts langzaam terwijl zijn vingers muis en toetsenbord bedienen. Wàt?! Nou ja, never mind. Ik zit hier voor iets anders en nu ik eindelijk iets mankeer wat serieus genomen wordt, iets te serieus zelfs, mag ik niet ondankbaar zijn. Het punt is alleen dat ik deze kwaal helemaal niet wil hebben. Ik had het niet verwacht en ik moet het niet. I object, Your Honor.

“U heeft dus botontkalking,” zegt de arts. “En fors ook,” voegt hij er bijna bestraffend aan toe. Er waren rondom de scan die ik kreeg toch al aanwijzingen. Zo kwam ik überhaupt in dat apparaat terecht omdat ik boven een bepaalde leeftijd was en een maand of wat eerder bij een flinke val zowel pols als schouder had gebroken. En zo kirde de verpleegkundige die de scan verzorgde dat ze wel alles zag maar niks mocht zeggen en bleek ik volgens haar meting twee centimeter gekrompen, vergeleken met de lengte op mijn paspoort.

“U moet aan de vitamine D en ik ga u medicijnen voorschrijven,” zegt de dokter streng terwijl er al een recept uit de printer komt rollen. Ik ben hierop voorbereid en vis een briefje uit mijn broekzak.
“Hebben we het dan over Bisfos…”, vraag ik struikelend, “…fonaten?” Ik doe zowel mijn best op het woord als op mijn vastberaden en zo intelligent mogelijke blik. Van tevoren heb ik me namelijk ingelezen en ik sta niet echt te springen om die zware dingen. De vele bijwerkingen komen overeen met mijn ME-klachten en daar wil ik juist al jaren vanaf. Ook schijnt het niet voor niks te zijn dat deze pillen niet langer dan vijf jaar genomen mogen worden. Er is een verhoogde kans op slokdarmkanker en bovendien gaan er geruchten dat de gebruikelijke scan er weliswaar van opfleurt, maar dat de kwaliteit van de botten juist achteruit gaat. Met mogelijk méér botbreuken tot gevolg.

Al speurende kom ik een hele anti-beweging op het spoor en hoewel de complottheorieën ook mij te ver gaan (het is allemaal bedacht om iedereen aan de osteoporose-drugs te krijgen: kassa!) lukt het me niet om alle informatie naast me neer te leggen.
Aan de andere kant schetst de arts mij een droevig beeld voor de toekomst. Een visioen van breuken, afhankelijkheid, bedlegerigheid, longontstekingen en mogelijk een vroege dood. Dank je wel, dokter in opleiding, dan houd ik het liever bij de ME.
“U wilt de afdeling hierboven niet zien,” vervolgt hij fanatiek. Nee, inderdaad. Goed opgemerkt.

Thuis google ik nog wat meer en schrijf een half notitieblok vol met wat ik allemaal zelf kan doen. De arts heeft met geen woord gerept over beweging, speciale oefeningen of voeding.
Ik kijk nog eens goed naar de bijsluiter en blijk het goedje in de huidige vorm helemaal niet te mogen gebruiken. Dan neem ik een besluit. Ik ga alle gelezen gezondheidsadviezen opvolgen: de oefeningen, het wandelen, de voeding en de supplementen. De angst opzij.
Ik praat het uitstel goed met de gedachte dat als ik niet gevallen was, we van niks hadden geweten en nergens om hadden gemaald. Gewoon die kwetsbare schedel in het zand.

Maar ik stel mezelf wel een tijdslimiet. Als bij de volgende scan blijkt dat mijn eigenwijsheid geen sterker bot heeft aangemaakt, dan heb ik geen keuze. Dan gaat deze over haar eigen lijf beschikkende dame aan de spuiten. Als vóór die tijd mijn fragiele botjes tenminste nog niet op een hoopje zijn geveegd.
Gewoon een kwestie van niet vallen. En niet verder krimpen, want dan heeft deze kabouter sowieso geen bestaansrecht meer.

Net als ME/CVS dat volgens arrogante assholes nog steeds niet heeft.

Emoji Me

(Met dank aan Miriam)


Links

(Ik ben aangesloten bij een partnerprogramma van Apple’s App Store. Jouw aanschaf via mijn blog kan mij een kleine commissie opleveren. Voel je echter vrij om de genoemde app zelf op te zoeken! Overigens is Emoji Me gratis te downloaden).

Terug in de tijd (deel 2)

Veertje - afbeelding Canva.com

(Dit is een vervolg op: Terug in de tijd (deel 1), uit een map met oude schrijfsels die ik tijdens het opruimen vond. Achtergrond: mijn vader leeft nog en Erik heeft zijn eerste gezondheidsklachten).

3 December 2005 – Kippenvel

Ik heb mijn vader aan de telefoon en hij zegt dat ik beter even kan gaan zitten. Dan, alsof het hem ineens te binnen schiet, vraagt hij hoe het met Erik is.
‘Goed, maar wat wilde je vertellen?’ Ik praat hem later wel bij, want ik voel dat er iets komen gaat. Ik loop wat door de kamer, maar als mijn vader begint te praten blijf ik stokstijf staan.

‘Ik heb vanmorgen je moeder gezien.’
Ik voel kippenvel in mijn nek en op mijn armen en ik ril alsof de temperatuur in de kamer tot het vriespunt is gedaald. Maar ik ben een en al oor, want mijn moeder is toch echt al zestien jaar dood.

‘Vroeg in de ochtend, ik was net wakker,’ vervolgt mijn vader, ‘zat ze ineens naast me, op de rand van het bed.’ Ik knik geluidloos, maar dat ziet hij natuurlijk niet.
Hij vertelt hoe ze naar hem zat te kijken, minutenlang voor zijn gevoel. Vredig glimlachend. Mooi, niet eng. Hij wilde haar aanraken, dat ging vanzelf, zegt hij.

Maar precies op dat moment verdween mijn moeder, net zo snel als ze gekomen was. Wat ze achter liet, volgens mijn vader, waren kringelende sliertjes rook. Het duurde een tijdje voor ook die waren opgelost.

Ik bijt op mijn lip. Het raakt me. Of het nu een droom is geweest of niet. Mijn vader komt ook even op adem. Hij weet dat ik het fijn vind dat hij dit met me deelt. Maar dan schrik ik als hij plotseling zegt:
‘Karin, ik bedenk me net… Ze zal me toch niet komen halen?’

ka08

Links

Terug in de tijd (deel 1)

Veertje - afbeelding Canva.com

(Dit is een vervolg op het blog: De oude man op het balkon, waarin ik een ordner met oude schrijfsels vond. Achtergrond: mijn vader leeft nog en Erik heeft zijn eerste gezondheidsklachten).

2 December 2005 – Onderbroken

Heerlijk, ik heb de hele avond voor mezelf. Zal ik in bad gaan? Alle opgenomen tv-programma’s kijken? Een spelletje doen? Of eindelijk eens vroeg naar bed?
Eerst koffie en mijn studie. Want genieten kan ik pas als ik eerst iets nuttigs heb gedaan.

Na wat lezen, typen en gewichtig op tafel tikken met mijn markeerstift, sla ik een uur later mijn boek en schrijfblok dicht. Ik rek me uit, zet de radio aan en schuif een zelfgemaakte appelbol in de oven. Die heb ik wel verdiend.

Zorgvuldig kies ik een zakje uit de theedoos en zet de waterkoker aan. Intussen ruim ik wat rommel op en nestel me dan met de thee en bladerdeegbol op de bank. Ik schop mijn schoenen uit en pak Het boek Dina van Herbjørg Wassmo van tafel.
Ik sla het open en schuif de boekenlegger optimistisch vijftig bladzijden vooruit. Zoveel hoop ik te lezen.

Fijn. Rust. Alleen met mijn boek. Dan gaat de telefoon. Ik aarzel. En stop de boekenlegger weer op de oude plek terug.
‘Hier met je vader.’
‘Hé, pa.’
Die belt natuurlijk om te informeren naar Erik. Ik sta op het punt om te vertellen over de medicijnen en de nieuwe test. Maar dat blijkt even te moeten wachten, want mijn vader zegt:
‘Luister, dit geloof je niet. Wat ik nu toch weer heb meegemaakt!’

ka08

(Wordt vervolgd)

Links

(Ik ben aangesloten bij een partnerprogramma van bol.com. Jouw aanschaf via mijn blog kost je niks extra, maar kan mij een kleine commissie opleveren. Voel je echter vrij om de genoemde boeken zelf op te zoeken!)