Meneer Meneer

Straattekening

(Dit is een vervolg op het blog: Terug in de tijd (deel 3))

Dakloos

We kennen hem nu bijna dertien jaar, de dakloze man met de vlotte babbel, charme ondanks alles, maar ook een andere kant. We weten zijn voornaam, maar noemen hem nog steeds Meneer Meneer, omdat hij in de begintijd telkens met grote passen op Erik kwam afgelopen, Meneer, Meneer zeggend, met vragende handpalm naar boven gericht.

EuroZentjess

Sinds die tijd maken we af en toe een praatje, informeert hij naar Erik’s gezondheid, geven we een enkele keer een kleinigheid of krijgt hij van Erik een sigaret. Soms zien we hem maanden niet, dan ineens loopt hij weer gejaagd rond of rijdt hij op telkens weer een andere fiets. Elke dag is het verhaal hetzelfde, hij heeft nog een paar eurocentjes nodig voor de nachtopvang (c.q. drugs, drank of gokautomaat) en als iemand bereid is te geven, dan groeien de benodigde EuroZentjess ter plekke naar één euro zeventig of twee euro dertig, door Meneer Meneer zorgvuldig in verkleinwoordjes uitgesproken.

Vaak weet hij dat hij niks krijgt: ‘Ja, ik weet het, we slaan een keertje over, maar hoe gaat het met u?’, of vertelt hij dat hij blij is omdat er goede opvang is geregeld, waar we later nooit meer iets over horen. ‘Vandaag is een goede dag. Ik heb alleen nog twintig eurozentjess nodig.’

Tandenloos en mager

Jarenlang zag hij er redelijk verzorgd uit met een stralend gebit, maar nu is hij tandenloos en wordt hij zo mager dat zijn broek door een elastiek omhoog gehouden moet worden.
Hij geeft nooit een hand, maar een zachtaardige boks met zijn vuist of elleboog. En tijdens zo’n moment schrikken we de laatste tijd van de lege blik in zijn ogen. Maar toch is het niet Meneer Meneer waar we ons zorgen om maken. Het is wat het is en hij heeft zijn babbel mee. Hij staat zijn mannetje en komt voor zichzelf op.

Emoji Me

De man met de deken

Behalve Meneer Meneer lopen er nog andere dakloze mannen in de omgeving rond, de meeste kennen we van gezicht. Maar er is een nieuwe, waar ook wij, net als anderen, in eerste instantie met een boog omheen liepen. De aanblik is echter zo triest, dat het ons niet meer lukt om weg te kijken. Een broodje geven en onszelf de vraag stellen of we daarmee iets in stand houden, is niet meer toereikend. We willen echt niet arrogant zijn. Of naïef.

Maar we kunnen er onze ogen niet voor sluiten en moeten iets doen. De grote vraag is alleen wàt. Rondbellen misschien.

(Wordt vervolgd)

Link

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s